Vraag een eerstejaars MBO4-leerling een sollicitatiebrief te schrijven en hij begint zo:

    Geachte heer, mevrouw,
    Mijn naam is Roel Kekebeke en ik woon in Den Helder.

Maar als je hem vraagt een formele subsidieaanvraag of een klachtenbrief te schrijven, dan begint hij ook zo:

    Geachte heer, mevrouw,
    Mijn naam is Ashley Vleeshouwer en ik woon in Aalsmeer.

Na lezing van honderd formele brieven, geschreven door eerstejaars leerlingen van het Art & Entertainment College in Amsterdam, valt een ding op: een zakelijke brief begin je kennelijk met een introductie van jezelf.

Omdat een overtuigende meerderheid van de leerlingen voor deze benadering kiest, mag geconcludeerd worden dat deze nieuwe modus aangeleerd wordt op de middelbare school. Geen verbetering, want was die eerste zin niet juist bedoeld om de aandacht van de lezer te trekken, het doel van de tekst duidelijk te maken – en, niet onbelangrijk: te laten zien dat je de formele conventies kent? Zoals een brief niet te beginnen met ‘ik’ of een verbuiging daarvan (zoals ‘we’ of ‘mijn’)? Kortom: laten zien dat je scholing hebt genoten? Ja. Maar dat maakt het formuleren van die eerste zin wel behoorlijk ingewikkeld.

De leraar Nederlands op het VMBO-t weet het goed gemaakt: beperk de functie van de eerste zin tot de introductie van jezelf. Dat wel zo gemakkelijk en je kunt er weinig fouten in maken. Dat de schrijver hiermee een mededeling doet die niets toevoegt aan de ondertekening van zijn brief en daarmee de lezer ontvangt met een kapitale opendeur, getuigt allesbehalve van scholing. Of beter gezegd: getuigt van gemakzuchtige scholing.

Maar ach, deze leerlingen komen er toch wel. Zij hebben andere methoden om te laten zien wat zij kunnen: dansen, muziek- en theatermaken.

12039452_884338921651963_8758595894230104664_n

Schermafbeelding 2015-08-19 om 13.20.26Klik voor video

Hoe zomers dit berichtje over de Drentse weervrouw Loes van de Laan, wier dialect voor ophef zorgt. ‘Zij spreekt geen Drents’, was de regionale kritiek, ‘het lijkt eerder Gronings.’ En dat moeten we niet hebben, zoveel is duidelijk. En waarom eigenlijk ook weer niet? Omdat we ons door onze manier van praten onderscheiden van elkaar. Zodat een beetje duidelijk is wie hier Drents is of Gronings; jeugdig uit Amsterdam-West of bejaard uit Voorburg; in New York of in Soerabaja heeft gewoond of juist zich nauwgezet aan het dictaat van het ABN houdt.

Ooit had ik een kennis, die bezig was haar cv op orde te krijgen omdat ze voor zichzelf een kennelijk welvarende carrière uitgestippeld had. Dat cv moest natuurlijk haar kwaliteiten zo volledig mogelijk benoemen, dus mocht niet onvermeld blijven dat zij ‘vloeiend ABN AMRO spreekt’.

Een nieuwe verse site vraagt om nieuwe, frisse gedachten. En is het eigenlijk niet verstandig om bij voortduring de aannames uit het dagelijks leven te heroverwegen? Jezelf de vraag te stellen: is dit nou wel zo mooi, verstandig, diepzinnig of belangrijk als altijd wordt aangenomen? Je komt wel eens tot verrassende conclusies. Zo betwijfel ik al een tijdje het nut van de letter ‘r’. De letter ‘r’ lijkt overbodig en schept hoofdzakelijk ongewenste controverse. Er is geen letter die meer verraadt over de afkomst van de spreker dan de ‘r’, met alle discriminerende gevolgen van dien. De ‘r’ is een verklikker en nodeloze intrigant.

De ‘r’ is namelijk helemaal niet zo onderscheidend als wordt gedacht. De meeste woorden kun je heel goed uitspreken zonder ‘r’. Er verandert niets aan de betekenis. ‘Frankrijk’ wordt ‘Fankijk’; ‘vrolijk’ wordt ‘volijk’ en ‘vormgeving’ wordt ‘vomgeving’. Geen mens die daar naar kraait. Vaak wordt de ‘r’ eigenlijk alleen maar gebruikt als een soort fonologische aanloop: ‘Rrrrijksmuseum’, ‘rrradiostation’ en ‘rrridicuul’. Maar ‘IJksmuseum’ is net zo herkenbaar zonder de aanloop-‘r’.

Wodt de taal niet wat kaal zonde de ‘r’? Indedaad lijkt het alsof het ‘r’-loze Nedelands van fivole fanje is ontdaan, maa niets is minde waa: wij Nedelandes zullen in vede samen leven.

IMG_1607-1024x764
Amsterdam Oostpoort, een dag na de opening…

IMG_1609-versie-21-1024x652
… een week later is het accent verschoven.

IMG_0930

Bij de-woorden hoort het aanwijzend voornaamwoord deze: deze man, deze tafel; bij het-woorden (onzijdige woorden): dit etui, dit paard, dit huis.

IMG_0616

Zeer knapperig of…?

IMG_0615

Uit de legenda bij het schematisch overzicht van het eredivisie seizoen 2011-2012 in de sportkatern van NRC Handelsblad blijkt dat ook topsporters moeten uitkijken met hun gewicht. FC Utrecht is de club met de meest gebuikte spelers (33). En ook de meeste gele kaarten (69). AZ heeft de minst gebuikte spelers (21). Maar nam de meeste corners (260).

gebuikt

IMG_0451

IMG_04491

betreft

‘Voor mensen die het aangaan, wees gewaarschuwd.’ Wat is daar nu weer mis mee?

‘Wie het aangaat’ is een vaste uitdrukking die alleen in het enkelvoud voorkomt. Het is theoretisch wel mogelijk om er een meervoud van te maken, maar dat is toch ook een beetje raar: ‘Zulke dingen gaan je niet aan’. Maar los daarvan komt de persoonsvorm in de voorbeeldzin overeen in getal met het meewerkend voorwerp ‘mensen’, in plaats van met het onderwerp ‘het’.

Sommigen zullen ook nog beweren dat het ‘voor mensen wie’ moet zijn en niet ‘voor mensen die’, maar inmiddels is ‘die’ gebruikelijker dan ‘wie’. En beide varianten zijn daarom tot de ABN-adelstand verheven.

Wees gewaarschuwd, daar ging het om.